Het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) versie 1-7-2025 t/m heden
15
Kleine schepen
a.
De vaarwegen, bedoeld in artikel 9.04, eerste lid, zijn:
1.
de vaarweg ten westen van de Noordzeesluizen te IJmuiden, met inbegrip van de daaraan gelegen havens;
2.
het Noordzeekanaal;
3.
de Noord;
4.
de Oude Maas;
5.
de Dordtsche Kil;
6.
het Kanaal door Zuid-Beveland;
7.
het Brabantsche Vaarwater;
8.
de Witte Tonnen Vlije;
9.
de Schelde-Rijnverbinding;
10.
het Kanaal van Sint Andries;
11.
de Boven-Merwede;
12.
de Beneden-Merwede;
13.
de Gekanaliseerde Maas van Maastricht (kmr 12,000) tot Borgharen;
14.
het Julianakanaal;
15.
de Waal;
16.
de Boven-Rijn;
17.
het Pannerdensch Kanaal;
18.
de Neder-Rijn tot kmr 886;
19.
de Geldersche IJssel vanaf de IJsselkop tot aan de monding van het Twenthekanaal;
20.
het Amsterdam-Rijnkanaal;
21.
het Lekkanaal;
22.
het betonde vaarwater van het Buiten-IJ;
23.
het Afgesloten-IJ;
24.
de Nieuwe Maas;
24a.
het Scheur;
25.
de Nieuwe Waterweg;
26.
de Maasmond;
27.
het Calandkanaal;
28.
het Beerkanaal;
29.
de Koningshaven;
30.
het Zuiddiepje;
31.
het betonde hoofdvaarwater van de Nieuwe Merwede;
32.
het betonde hoofdvaarwater van het Hollandsch Diep;
33.
de Veerhaven te Terneuzen;
34.
het Prinses Margrietkanaal;
35.
het Van Starkenborghkanaal;
36.
het Eemskanaal.
b.
de vaarwegen, bedoeld in artikel 9.04, zesde lid, zijn:
1.
het Noordzeekanaal en de zijkanalen daarvan met inbegrip van de Voorzaan noordwaarts tot aan de Zaansluizen en het IJ, alsmede de havens aan deze vaarwegen;
2.
de Maasmond, de Nieuwe Waterweg, het Scheur, de Nieuwe Maas, het Beerkanaal, het Calandkanaal, het Hartelkanaal en het Yangtzekanaal, alsmede de havens aan deze vaarwegen;
3.
de Noord, de Oude Maas, de Dordtsche Kil, daarop aansluitend de vaarweg naar het Industrie- en Havenschap Moerdijk, alsmede de havens aan deze vaarwegen en de haven van dat Industrie- en Havenschap;
4.
de vaarweg tussen de zee en de haven van Den Helder, alsmede deze haven;
5.
de vaarwegen tussen de zee en de havens aan de Waddenzee, alsmede deze havens, niet zijnde voorhavens van sluizen;
6.
de havens van Termunten, van Delfzijl, van de gemeente Eemsmond (Eemshaven) en van Scheveningen;
7.
de havens en voorhavens die met de Westerschelde in open verbinding staan;
8.
de Boven-Merwede;
9.
de Beneden-Merwede;
10.
de Nieuwe Merwede;
11.
het betonde vaarwater van het Hollandsch Diep;
12.
het Volkerak;
13.
het Zuid-Vlije;
14.
de Krammer;
15.
het Mastgat;
16.
het Keeten;
17.
de Oosterschelde;
18.
het Amsterdam-Rijnkanaal;
19.
het Lekkanaal;
20.
het Prinses Margrietkanaal;
21.
het Van Starkenborghkanaal;
22.
het Eemskanaal.